Stichting Vrienden van de schilder Martin Monnickendam
Het Joods Historisch Museum ontrukt de schilder Martin Monnickendam aan een onverdiende vergetelheid.
Een selectie van 43 werken uit het zeer omvangrijke oeuvre van deze joodse Amsterdammer is tot en met 5 december te zien op de tentoonstelling 'In het licht van de kleur'.

Artikel door Drs. D. Bos.
Historicus en redacteur van Onvoltooid Verleden.
'Een Kleurrijk Schilder van Mensen'
Martin Monnickendam 1874-1943

Het is met de roem van Monnickendam vreemd gegaan. Wil het gangbare beeld van de kunstenaar dat hij of zij bij leven worstelt met tragische miskenning en hemeltergende armoede, om pas na de dood waardering en bekendheid te krij­gen, bij Monnickendam ging het juist andersom. Van zijn kunst kon hij goed leven, hij werd alom geroemd en de mis­kenning kwam pas na zijn dood.

.
Een zelfportret uit 1933 geschilderd op verzoek van zijn vriend en kunsthandelaar Bernard Houthakkker. Die ter gelegenheid van Monnickendams 60ste verjaardag in 1934 een speciale tentoonstelling organiseerde.


Al snel nadat hij in 1893 de Amsterdamse Rijksacademie voor Beeldende Kunst met succes voltooide, won Martin Monnicken­dam de eerste van een lange reeks inter­nationale prijzen. Twee jaar verbleef hij in Parijs. waar hij van meet af aan veel waardering voor zijn werk vond. In 1897 teruggekeerd naar Amsterdam, verliep zijn carrière langs voortdurend opgaande lijnen. Monnickendam won voor zijn schilderijen prijzen in Amsterdam, Mün­chen, Parijs, zelfs tot San Francisco en Buenos Aires aan toe. Hij reisde door Europa en zag zijn werk tot ver over de grenzen geëxposeerd. Al in 1904 viel werk van Martin Monnickendam met een vraagprijs van meer dan 1000 in de hoogste prijscategorie op een tentoonstel­ling bij Arti et Amicitiae. Twintig jaar later verkocht hij sommige schilderijen voor wel f 10.000 per stuk.

'Synagogedienst' van 14 november 1935, de dag waarop de Hoogduitse gemeente het bestaan herdacht met een dienst in de Grote Synagoge op het Jonas Daniel Meijerplein.


Ook de pers was vol lof. Men vond bij­ voorbeeld dat in hem Rembrandt herleef­de en noemde hem, bij monde van De Telegraaf van 15 april 1909 zelfs "de groot­ste verfvirtuoos dien wij hebben". In de jaren twintig en dertig werd Monnickendam als illustrator een gewaardeerd medewerker aan het Algemeen Handelsblad en het weekblad De Amsterdammer.

Bij zijn 50ste verjaardag in 1924 organi­seerde het Stedelijk Museum een ere­ tentoonstelling en tien jaar later volgde de welhaast onvermijdelijke benoeming tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Roem verdampte totaal
Na de oorlog bleek Monnickendams roem evenwel verdampt, zonder ook maar een spoor na te laten. -Veilinghuis Mak van Waay weigerde nu zelfs een schilderij van de in 1943 overleden meester. omdat het onverkoopbaar was. De eens zo gevierde Monnickendam en zijn werk raakten vrij­ wel volledig in vergetelheid. Pas rond 1974 werd het werk herontdekt dankzij de inzet van de Stichting Vrienden van de Schilder Martin Monnickendam. die met twee tentoonstellingen zorgde voor een eerste bescheiden heropleving. Nu, nog eens 25 jaar later, brengt het Joods Histo­ risch Museum het werk met een grote expositie en catalogus andermaal onder de belangstelling.

Monnickendam dankte zijn roem en suc­ces ongetwijfeld aan de kwaliteit van zijn schilderen. maar waarschijnlijk ook wel aan het feit dat hij nimmer tot de artistie­ke voorhoede van zijn tijd heeft behoord. Bij alle culturele stormen die van Amster­dam een artistiek brandpunt maakten. wist Monnickendam steeds in de luwte te blijven. Toen hij in 1891 voor het eerst de Academie betrad, hadden de geruchtmakende 'mannen van Tachtig' er al het veld geruimd en zwaaide de behoudende August Allebé er onbetwist de scepter. Monnickendam heeft zich tegen de nogal behoudende opvattingen van deze en andere leermeesters nooit afgezet. Wat hij na de Academie-jaren in Parijs oppikte was een misschien uitbundig, onhollands kleurgebruik, maar zijn lijnvoering bleef steeds binnen de degelijke grenzen van de academische conventie.

Martin Monnickendam bleef zijn eigen stijl een leven lang trouw en dat maakte hem tot een eenling. Wanneer de Bergen­ se School in bruine en grijze tinten haar melancholie uitdrukte, bleef Monnicken­ dam vrolijk in spetterende, heldere kleu­ ren werken. Ook de invloed van kubisti­ sche en abstracte avant-gardes in de jaren twintig en dertig ging volstrekt aan hem voorbij. Monnickendam bleef thuishoren in de traditiegetrouwe kring van Amster­ damse genootschappen als Arti et Amici­ tiae en Sint Lucas. Dat verklaart mis­ schien zowel de populariteit tijdens zijn leven, als het spoedig in vergetelheid raken na zijn dood.

Groepsportretten vol individuen
Het eigen karakter van het werk van Monnickendam was niettemin in een aan­ tal opzichten uniek. Zijn doeken waren niet zelden van afinetingen. zoals ze sinds de Hollandse meesters van de Gouden Eeuw nauwelijks meer waren vertoond. Deze verwantschap kwam deels ook tot uiting in de onderwerpskeuze. Behalve stillevens, portretten en stadsgezichten schilderde Monnickendam veelal grote gezelschappen, waarbij ieder persoon met groot gevoel voor detail werd afge­beeld. Juist die aandacht voor de afzon­derlijke figuren in de groep doet denken aan de schutters- en regentenstukken van weleer. Uitgesproken modern was Monnickendam echter in zijn keuze voor groepsportretten van het nieuw ontdekte verschijnsel ·publiek'. Of Monnickendam nu een feestelijke optocht of inhuldi­ging, een politieke meeting, biljartwed­strijd, synagogedienst of de vliegdemon­stratie van Jan Olieslagers in 1914 onder handen nam.
Gewoonlijk lijkt hij zich te hebben afgewend van her eigenlijke evenement om de toeschouwers in het publiek op de voorgrond te plaatsen. De doeken waarop het publiek centraal staat wemelen altijd van figuren en sprankelende kleuren. Van elk mens lijkt een aparte portretstudie te zijn gemaakt en geregeld beeldde de schilder zichzelf, zijn vrouw of zijn dochters Monarosa (Roos) en Ruth in de groep af. Zulke groepsportretten zijn geplaatst tegen achtergron­den die nauwkeurig, met veel zorg voor detail en compositie. werden geregistreerd. Ter plaat­se maakte hij schetsen die in het atelier werden uitgewerkt tot voorstudies in aquarel. waar­na pas het eigenlijke werk tot stand kon komen. Zo maakte Monnickendam voor 'Optocht der professoren' in 1932 ten minste zeven voorstudies in pastel van de vaandels van Amsterdamse studentenverenigingen, die in de historische collectie van de universi­teit werden bewaard.
De enorme 'koloristische kracht' in het werk van Monnickendam is vaak in ver­band gebracht met zijn joodse achter­ grond. Een 'oostersche' overdaad werd hem aangewreven en in dat opzicht is zijn werk wel vergeleken met dat van andere joods-Amsterdamse kunstenaars als archi­tect Michel de Klerk (onder meer van het sprookjesachtige Spaarndammerplantsoen) en schrijver Israël Querido. ("Snel. koud-vreemd. kwam de vriesmiddag in strakheid van licht-groen hemelgewelf neerdalen. Vaal wintermiddag-goud van blasvloeiend zonlicht bekaatste de werk­plaats binnen. in gouden dwarreling van zonnesneeuw. (...)" Levensgang 1901.) Bij alle overdaad aan felle. harde kleuren bleef Monnickendam echter streng gebon­den aan de werkelijkheid, zoals zijn oplei­ding hem had geleerd. Aan groene gezich­ten of blauwe bomen heeft hij zich nooit bezondigd.

"Ontvangst van de Lord Mayor" van London die op 20 juli 1929 luisterrijk werd onthaald door het gemeentebestuur in de Burgerzaal van het paleis. Monnickendam maakte er een oosters aandoend sprookjestafereel van.


Tussen de bedrijven door wordt in de Amsterdamse Stadsschouwburg gerook, koffie gedronken en een praatje gemaakt. Hoog in de loge staat hijzelf met zijn dochtertje Roos. Monnickendm vond dit werk tot zijn drie beste behoren.

Het Strijkje uit 1908 is typerend voor Monnickendam. Niet het strijkje maar twee aandachtig luisterende dames in het publiek vormen het eigenlijke onderwerp van de voorstelling.


Entre'act uit 1912 is een voorbeeld van het onderwerp waarmee Monnickendam zijn grootste faam verwierf: publiek.


Ook Monnickendams stadsgezicht Venetie krioelt van de mensen. Het doek dateerd uit 1933..



Werken als een bezetene Martin Monnickendam werd op 25 febru­ari 1874 in de Reguliersbreestraat gebo­ren en groeide op in een liberaal-joods gezin waarvan de vader boekhouder was. Als jong kunstenaar vestigde hij zich, als zovele anderen, in de Pijp, waar hij vanaf 1902 een atelier had in Lutmastraat 2 (toen nog De Ruyterstraat). In 1910 stak hij de Amstel over naar Grensstraat 4. Het succes van zijn werk stelde hem in 1925 in staat met zijn gezin het grote, statige patriciërshuis Stadhouderskade 92 te betrekken, waar hij tot zijn dood zou blijven wonen en werken.

De 'Amazone' is een van de vee sprankelende portretten die Monnickendam heeft geschilderd.


Naast de deur hing een bordje met de bescheiden aanduiding 'portretschilder' en de steen in de gevel was door Monnic­kendam zelf gebeeldhouwd. Het huis moel echter vooral van binnen een bezienswaardigheid zijn geweest. Op zondagmorgen trok hij steevast naar de vlooienmarkt op Uilenburg, waarvan hij dan thuiskwam met verwaarloosde, door hem zelf op te knappen spullen, soms zo groot en veel dat vrouw en kinderen ervan schrokken. Een foto van de schil­der in zijn atelier toont waar die verza­melwoede toe leidde: Monnickendam schilderde temidden van gekostumeerde etalagepoppen, schedels, potjes, vazen, porseleinen borden, Biedermeier beeld­ jes en opgezette dieren. Volgens bezoe­kers was het huis net zo rijkelijk over­ laden als de doeken die er werden geschilderd. Zelfs het kastje van de gas­ meter was met schatten gevuld.
Werken deed Monnickendam als een bezetene, tot aan zijn dood toe. De over­levering wil dat hij zelfs op zijn trouwdag in 1906, met zijn Luxemburgse bruid Alice Mouzin op de fiets terugkerend van het stadhuis, bij het Rijksmuseum afstapte om er "nog even wat te tekenen". Naar schatting heeft die ontembare werklust geresulteerd in meer dan 3500 werken, vaiërend van het twee meter hoge 'Entr'acte' tot een schetsje van kinderen op een steiger, gemaakt op een uitgevou­wen envelop. Veel werk is verloren gegaan, omdat het bijvoorbeeld zoek.raak­te na tentoonstellingen in het buitenland. De Stichting Vrienden van de Schilder Martin Monnickendam begon haar werk in 1973 met wat op de zolder van Monnic­kendams dochters "min ofmeer bij toe­ val" bewaard was gebleven.
Als jood kreeg Martin Monnickendam vanaf september 1941 te maken met de antisemitische bepalingen van de natio­naal-socialisten. Ruim 40 jaar lang had de gevierde schilder een opmerkelijke en eigenzinnige rol gespeeld in de Amster­damse kunstwereld, maar nu mocht hij niet meer exposeren bij Arti en in oktober 1941 werd zijn naam bovendien van de ledenlijst geschrapt. Het weerhield hem er niet van door te werken. Nog in 1942 vol­ tooide hij, als een van zijn laatste stukken, het portret van dirigent Albert van Raalte. Op 4 januari 1943 overleed de 68-jarige Monnickendam in zijn geboortestad aan de gevolgen van een longontsteking. Het was een genadig einde in die grauwe en benarde jaren, het einde van een joods­ Amsterdamse kunstenaar die het bonte stedelijke leven van zijn tijd in volle kleurenpracht had weten vast te leggen.

Drs. D. Bos is historicus en redacteur van Onvoltooid verleden.

De tentoonstellingscatalogus "In het licht van de kleur" - hoogtepunten uit het werk van Martin Monnickendam (1874-1943) verschijnt bij Waanders te Zwolle.
De ingenaaide paperback telt 120 pagina's. waarvan 48 in kleur.
ISBN 9040093717. prijs: € 39,50.

Bijgaand artikel is o.m. geba­seerd op bijdragen van M. Bink en R.J.C. van Helden aan die catalogus.